Toen de World Trade Center torens in New York nog fier overeind stonden had mijn vrouw haar eerste ervaring van een buitenlandse flappentap die zomaar je pincode wist en op een zonnige zondagmorgen op de zuidpunt van Manhattan zowaar dollars deed verschijnen. Met extra vertrouwen in de hedendaagse techniek namen we de supersnelle liften naar de bovenste verdieping. De WTC torens en het magnifieke uitzicht zijn na “nine-eleven” verdwenen, maar overal ter wereld kun je nu internetten, flappen tappen, pinnen en vind je dezelfde winkelketens als thuis.
Vers gebakken bruin brood, pepernoten, chocoladeletters, hutspot, vlees, kaas, en zelfs verse AH blanke vla; het is allemaal te krijgen in Curaçao. Een Albert Heyn winkel zoals alle anderen maar dan in Zuid Amerika, inclusief een aardige filiaalchef uit Twente, je waant je in één keer in Nederland. Alle versproducten via de lucht, al het andere spul vanuit het landelijke AH distributiepunt via de boot in twee weken naar de overkant. De evenaring van het gevoel van een Amerikaan die in China een Mc Donald binnenstapt. Helaas voor mijn dochter loopt de flappentap niet via AH maar via de plaatselijke bank, die ingeslikte flappen pas wil teruggeven na een klachtenprocedure bij je eigen Nederlandse bank. Het is net echt roggelen. Flink spugen gaat wel lekker, maar het weer plots doorslikken van zo’n spuug is andere koek.
