woensdag, juni 17, 2026

LOSSE HANDEN



   Onze kleindochter wil het liefst al met losse handen fietsen. Voorlopig zoekt ze, zittend dan weer staand, slingerend en alle kanten opkijkend, haar weg. Ze zal toch eerst moeten leren te balanceren om daarna in een rechte lijn, lekker stoer met losse handen te fietsen.

Tijdens onze reizen door Nieuw-Zeeland sloegen we nietsvermoedend de opname locaties van The Lord of the Rings over. Pas vorige maand - ruim twintig jaar te laat - zag ik de eerste film over de wereld van Tolkien. Inmiddels begrijp ik waarom wereldleiders, opiniemakers en de NRC-hoofdredactie ernaar verwijzen. In Tolkien's verhalen draait het steeds om dezelfde vraag: hoe houd je de macht in balans? Gandalf, Aragorn en Galadriel laten zien dat juist de samenbundeling van kleine krachten het verschil kan maken tegenover absolute macht.

   Volgens Henry Kissinger was koning-stadhouder Willem III een pionier van het Europese vrijheidsdenken: een schoolvoorbeeld van een ‘ balance of power’, een echte evenwichtskunstenaar. Net als de Hobbits wist hij vele kleine krachten te bundelen tot één sterke coalitie. Zijn ruiterstandbeeld staat in Breda, vlak bij de KMA, enigszins verscholen tussen bomen. Kunstenaar Eloi Koreman heeft daar ooit een aantrekkelijk idee voor bedacht: verplaats het beeld naar het open plein verderop en vervang de traditionele sokkel door 297 afzonderlijke staven waarop Willem III met zijn paard balanceert. Een fantastisch cadeau van de stad aan haar KMA, die in 2028 haar tweehonderdjarig bestaan viert.

   Ook vandaag corrumpeert macht - draait alles om balanceren. Terwijl beleggers mee willen liften met Elon Musk in zijn financiële dromen over de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie, waarschuwen wetenschappers, politici en paus Leo XIV voor ontmenselijking door technologie. In een recente encycliek haalt de paus zelfs Gandalf aan: “Het enige wat wij moeten beslissen is wat we met de tijd doen die ons gegeven is.” Niet streven naar almacht, maar zelf bijdragen in het balanceren tussen macht, technologie en menselijkheid.
Zodat wij én
 generaties na ons — ook onze kleindochter — met losse handen in vrede kunnen leven én fietsen.

zaterdag, mei 09, 2026

TUSSEN KLOOSTER EN THEATER GROEIT HET VERLANGEN NAAR GRENZEN

 


   Een camino lopen staat niet op mijn CV. Met mijn dagelijkse tienduizend stappen mis ik die pelgrimstocht niet echt. Ik begrijp wel dat mensen wandelend afstand willen nemen van de maatschappij om dichter bij zichzelf te komen. Het gebrek aan moreel leiderschap in deze onrustige wereld wordt steeds breder gevoeld. Op individueel niveau nemen mensen alvast een voorschot: ze denken na over hun eigen normen en waarden, over wat nog goed gedrag is en wat niet. Ze kiezen— letterlijk — hun eigen route en gaan vaak alleen op pad. Onderweg blijkt al snel dat moraal niet schuilt in grote inzichten maar juist in kleine dingen samen met anderen: iemand die wacht op een loper met blaren, een gedeelde waterfles of bewust naar elkaar luisteren in plaats van alleen maar zenden.
Het aantal camino’s en pelgrims groeit flink. Op de klassieke route naar Santiago de Compostella is het inmiddels veel te druk. Gelukkig kun je ook dichter bij huis terecht, bijvoorbeeld op de Camino Brabant of via “Ons Kloosterpad”, een route langs zo’n vijftig (voormalige) abdijen en kloosters. In de rust van een van die kloosters probeert onze mannenpraatgroep jaarlijks wat diepgravender te filosoferen. Dat lukt meestal aardig, totdat de koelkast met de kloosterbiertjes opengaat- aangenomen dat de camino-lopers nog iets hebben achtergelaten.
   Laatst begon mijn dag vroeg in een klooster en eindigde die ’s avonds in het theater: ogenschijnlijk twee totaal verschillende werelden. Bij binnenkomst van de kerk van het oudste klooster van Nederland valt mijn oog op een icoon uit de oosters-orthodoxe traditie. Een klein gezelschap van nog geen tien broeders en evenveel bezoekers viert de vroege dienst. Alles ligt er al eeuwen vast: woorden, gebaren en stiltes - onaantastbaar geordend. Duidelijke rituelen, aandacht voor moreel handelen. Rust overheerst, met af en toe een verrassend detail. Zo blijkt de gastenpater gewoon een dominee te zijn.
   ’s Avonds eindigt mijn dag in een bijna theatraal tegenbeeld. De Reisopera speelt To Die For, een voorstelling die afsluit met een oosters-orthodoxe uitvaartscène. Hier ligt niets vast. Alles moet harder, groter, indringender om nog binnen te komen. Extreem theater is misschien wel een teken dat de andere kant — moraal, orde en zingeving — aan kracht verliest. Eerst breken we de grenzen af. Daarna missen we ze. En uiteindelijk vragen we wie ze weer terugzet. 

   Klooster en theater: de een fluistert en de ander schreeuwt om betekenis af te dwingen. Want waar alles al is gezegd, getoond en uitvergroot, ontstaat plots weer ruimte voor iets anders: het verlangen naar moraal. Niet omdat iemand die oplegt, maar omdat je het gemis ervan begint te voelen. Dat gemis voel ik wel. 

woensdag, maart 11, 2026

ER ZIJN, IS VOOR VRIENDSCHAPPEN BELANGRIJKER DAN, EROVER PRATEN


   Het vangen van een grote vis vraagt ook wat geluk. Zelfs voor de stoere vissers hier aan de kust van misschien wel het mooiste schiereiland van Nieuw-Zeeland: Coromandel. Alles is groot waar ze mee komen aanrijden; hun enorme pick-ups, boten en hengels. Deze week vindt hier de Kubota Billfish Classic plaats, het grootste zwaardvis-toernooi ter wereld, met de grootste vissen en de grootste prijzen. De zwaarste gevangen zwaardvis levert zo’n € 200.000 op, terwijl de zwaarste tonijn nog altijd € 10.000,= waard is.
Vanuit ons prachtig gelegen appartement kijken we uit op het kleine veerpontje dat onverstoorbaar heen en weer vaart tussen moderne vissersboten en recreanten op weg naar idyllische strandjes. Alleen de zon laat het afweten. Ook hier wil het weleens stormen, precies nu wij voor ons zelf een paar stranddagen hadden gepland. Een weersomslag schijnt overigens een betere vangst op te leveren, de vissers hebben dus geluk, wij iets minder. 
   Thuis, in Nederland, speelden we met onze carnavals-mannengroep in op de geopolitieke situatie. Deze carnaval verkleedden we ons als internationaal veiligheidsteam. De wereld kan immers momenteel beter een Internationaal Rescue Team gebruiken, dan een vredesraad met een levenslang benoemde voorzitter. Voor ons, opgegroeid in de jaren zestig, waren de Thunderbirds altijd het grote voorbeeld. Na samen het idee bedenken, de outfit aanschaffen en het bouwen van het groene ruimteschip Thunderbirds 2, kon het aftellen beginnen: five, four, three, two, one ...  Thunderbirds are go!”. Dat samen op pad gaan levert al tientallen jaren een hechte mannenvriendschap op.
   In Nieuw-Zeeland bestaat een sterke mateship-cultuur. Vriendschap zit hier vaak verpakt in de structuur van een activiteit: samen rugby spelen, samen vissen, samen op pad. Niet wachten tot je zin hebt in een diep gesprek, maar samen iets dóen. Er zijn is belangrijker dan erover praten. In de westerse wereld hebben mannen boven de veertig moeite om vriendschappen te onderhouden, terwijl het gevoel van eenzaamheid toeneemt (NRC, 14-2-2026). Na hun jeugd maken mannen weinig nieuwe vrienden en bestaande vriendschappen blijven vaak verrassend vrijblijvend. Om vriendschappen te laten bestaan moet iets ondernomen worden. Alleen louter herkauwen van herinneringen is onvoldoende; je moet iets samen blijven ondernemen. Misschien toch iets vaker dat maatjesgedrag laten zien, mannen.

   Intussen zit onze tijd hier er bijna op. We moeten onze familie hier achterlaten en vliegen terug naar onze maatjes thuis. Met de oorlog in Iran voelt terugvliegen naar Europa niet helemaal risicoloos. Toevallig boekten we deze keer een route via Singapore. Ook wij hebben af en toe geluk bij de vangst, geen vis dit keer maar wel het juiste vliegticket. 

woensdag, januari 21, 2026

THUISVOELEN IN EEN ONRUSTIGE WERELD VRAAGT OM TEDERHEID

  Thuiskomend de deur dicht trekken, voelt steeds vaker als meer dan het huis afsluiten. Het is ook even de ogen sluiten voor de wereld buiten. Niet meteen de nieuwsrubriek openen met een blik op de wereld, geconfronteerd worden met machtspolitiek en het afbrokkelen van de internationale rechtsorde en mensenrechten. De opeenvolging van geopolitieke schokken van polarisatie, chaos en conflict knaagt aan het vertrouwen in de redelijke mens. Voor autocraten is deze wereld overzichtelijk: een wedstrijd tussen winnaars en verliezers, eigenbelang boven alles, macht openlijk tonen en tegenstanders monddood maken. Met beloften van economisch herstel kregen zij vaak via democratische verkiezingen de ruimte om een ideologische weg in te slaan die vooral drijft op angst. Steeds meer mensen sluiten zich af voor het nieuws, en trekken zich terug achter hun voordeur.
   Naast het harde wereldnieuws zie ik op persoonlijk niveau een tegenbeweging groeien met aandacht voor het belang van gedeelde waarden, voor nieuwe vormen van gemeenschap en zingeving. Er komt ruimte voor aandacht, zorg en wat je tederheid zou kunnen noemen. Het besef dat we anderen nodig hebben om betekenis te ervaren.

Dat raakt ook aan onderwijs en opvoeding. Feiten blijven belangrijk, maar ze zijn niet genoeg. We moeten ook luisteren, ons verplaatsen in de ander, openstaan voor andere perspectieven. Daarvoor hebben we verhalen nodig die verbinden.Traditionele historische verhalen creëerden kunstmatige tegenstellingen tussen ‘beschavingen’, trokken een grens tussen ‘ons’ en de ‘barbaren’ en voedden daarmee een hardnekkig wij-zij denken. Moderne versies, zoals in Het Westen van Josephine Quinn, geven een ander duiding, beschrijven dat mensen al duizenden jaren met elkaar verbonden zijn. Onze voorouders dreven handel over continenten heen, wisselden ideeën uit, beïnvloedden elkaar. Samengroeien is geen zwakte, het is juist onze kracht.
   In de film Sentimental Value van Joachim Trier speelt het huis uit onze jeugd een hoofdrol. Niet als decor, maar als drager van herinneringen. Thuis is de plek waar verleden, heden en toekomst in elkaar grijpen. “Het huis waarin we zijn opgegroeid staat in ons gegrift,” schreef filosoof Gaston Bachelard. Tegelijk laat de film zien hoe moeilijk het is om in dat huis op latere leeftijd werkelijke gevoelens, zoals tederheid te delen. Zelfs binnen families schieten daarvoor woorden tekort. Tijdens ons leven buitenshuis zijn we een andere taal gaan gebruiken, waardoor we met onze goede bedoelingen de ander soms niet bereiken. Ondanks deze complexiteit moeten we tederheid niet reserveren voor de privé sfeer. We moeten haar bewust naar buiten dragen. Alleen zo kunnen we weer bouwen aan een samenleving waarin we ons thuis voelen. Een wereld waarin we de deur bij thuiskomst niet dichttrekken, maar gerust een stukje open laten staan.