zaterdag, mei 09, 2026

TUSSEN KLOOSTER EN THEATER GROEIT HET VERLANGEN NAAR GRENZEN

 


   Een camino lopen staat niet op mijn CV. Met mijn dagelijkse tienduizend stappen mis ik die pelgrimstocht niet echt. Ik begrijp wel dat mensen wandelend afstand willen nemen van de maatschappij om dichter bij zichzelf te komen. Het gebrek aan moreel leiderschap in deze onrustige wereld wordt steeds breder gevoeld. Op individueel niveau nemen mensen alvast een voorschot: ze denken na over hun eigen normen en waarden, over wat nog goed gedrag is en wat niet. Ze kiezen— letterlijk — hun eigen route en gaan vaak alleen op pad. Onderweg blijkt al snel dat moraal niet schuilt in grote inzichten maar juist in kleine dingen samen met anderen: iemand die wacht op een loper met blaren, een gedeelde waterfles of bewust naar elkaar luisteren in plaats van alleen maar zenden.
Het aantal camino’s en pelgrims groeit flink. Op de klassieke route naar Santiago de Compostella is het inmiddels veel te druk. Gelukkig kun je ook dichter bij huis terecht, bijvoorbeeld op de Camino Brabant of via “Ons Kloosterpad”, een route langs zo’n vijftig (voormalige) abdijen en kloosters. In de rust van een van die kloosters probeert onze mannenpraatgroep jaarlijks wat diepgravender te filosoferen. Dat lukt meestal aardig, totdat de koelkast met de kloosterbiertjes opengaat- aangenomen dat de camino-lopers nog iets hebben achtergelaten.

   Laatst begon mijn dag vroeg in een klooster en eindigde die ’s avonds in het theater: ogenschijnlijk twee totaal verschillende werelden. Bij binnenkomst van de kerk van het oudste klooster van Nederland valt mijn oog op een icoon uit de oosters-orthodoxe traditie. Een klein gezelschap van nog geen tien broeders en evenveel bezoekers viert de vroege dienst. Alles ligt er al eeuwen vast: woorden, gebaren en stiltes - onaantastbaar geordend. Duidelijke rituelen, aandacht voor moreel handelen. Rust overheerst, met af en toe een verrassend detail. Zo blijkt de gastenpater gewoon een dominee te zijn.

   ’s Avonds eindigt mijn dag in een bijna theatraal tegenbeeld. De Reisopera speelt To Die For, een voorstelling die afsluit met een oosters-orthodoxe uitvaartscène. Hier ligt niets vast. Alles moet harder, groter, indringender om nog binnen te komen. Extreem theater is misschien wel een teken dat de andere kant — moraal, orde en zingeving — aan kracht verliest. Eerst breken we de grenzen af. Daarna missen we ze. En uiteindelijk vragen we wie ze weer terugzet. 
Klooster en theater: de een fluistert en de ander schreeuwt om betekenis af te dwingen. Want waar alles al is gezegd, getoond en uitvergroot, ontstaat plots weer ruimte voor iets anders: het verlangen naar moraal. Niet omdat iemand die oplegt, maar omdat je het gemis ervan begint te voelen. Dat gemis voel ik wel.