Wiens geboorte vieren we met Kerstmis? Een vraag die blijkbaar niet iedere tiener kan beantwoorden. Wereldwijd neemt religiositeit toe, behalve in West-Europa. Waar in de Verenigde Staten presidentskandidaten hun geloof juist etaleren, lijken Europese gelovigen in aantal af te nemen. Toch worden de commerciële uitingen van Kerst in Europa breed uitgedragen- vaak geïnspireerd op Amerikaanse voorbeelden. Elke stad heeft tegenwoordig zijn eigen variant van de “Central Park - ijsbaan”, compleet met ijssculpturen, kerstmannen, diners, speciale kleding en kerstmarkten.
Kerst dreigt een puur commercieel feest te worden, waar geld verdienen voorop staat. Makkelijk geld verdienen aan de wens van de klant om zich materieel te onderscheiden van de ander. Het begint al bij de absurd hoge prijzen voor kerstbomen. Samen met mijn vrouw kocht ik bij een lokale kweker een verse blauwspar van twee meter. De man spitte de boom uit de grond, deed een plastic zak om de kluit, laadde hem in onze auto, en zijn dochtertje rekende af: slechts € 5,-! Dat zet je aan het denken over de winstmarges in de Randstad - en dat geldt voor meer dan alleen kerstbomen.
Toch is er ook behoefte aan spiritualiteit, een inhoudelijk houvast. Onze lokale kerstmarkt trok dit jaar veel bezoekers, niet alleen vanwege het culinaire aanbod. Ik merkte dat zowel de koorleden als de toehoorders bewuster leken van de teksten die gezongen werden. De kerk had haar deuren geopend, en veel ouders namen hun kindertjes mee naar binnen om hen iets te geven over de oorsprong van Kerst.
Tegenover de kerk - typisch ‘beneden de Moerdijk’ - staat een bruisend café. Daarnaast vind je een boekhandel, waar ik achterin de man ontmoette die voor mij de essentie van Kerst belichaamt: bisschop Tiny Muskens. In dit media-tijdperk vraagt hij aandacht voor armen, zieken en daklozen. Hij plaatst multiculturele vraagstukken in het licht van toekomstige ontwikkelingen: wat gebeurt er als miljarden Indiërs en Chinezen meer mobiliteit krijgen. Wat kunnen we leren van Indonesië, waar verschillende culturen al eeuwen samenleven? Deze Kerst lees ik zijn boek Wees niet bang, en ik ben niet de enige. Zijn levensverhaal inspireert velen. Ik was net op tijd om een van de laatste exemplaren bemachtigen.
woensdag, december 01, 2004
KERSTMARKT
woensdag, september 01, 2004
4-7-1-1 OF 4711
De tijd vervliegt soms wel erg letterlijk. Ons lichaam bestaat voor het grootste deel uit water. Dagelijks gebruiken we er grote hoeveelheden van om ons schoon te wassen, en sommige watertjes laten ons lekker ruiken. Het lijkt zelfs vanzelfsprekend dat we altijd zuiver drinkwater uit de kraan krijgen. In de Biesbosch zijn voor Rotterdammers immense waterbekkens aangelegd.
We staan 's ochtends onder de douche, en vooral de dames onder ons willen dan nog wel eens een lekker geurtje 'opdoen'. Het lijkt wel of die parfummetjes het steeds langer volhouden gedurende de dag. Toch bijzonder hoe zo’n kleine hoeveelheid vocht in staat is om urenlang de lucht om ons heen op een prettige manier te vullen. Süskind heeft daar een prachtig boek over geschreven: Het Parfum. Ook bij dit soort producten is sprake van mode, al houden sommige geurtjes het wel heel lang uit. Geur is iets bijzonders - we hebben er een feilloos geheugen voor. Laat iemand even aan een geur ruiken en meteen komt de herinnering boven aan: de lagere school, die dampende tent op de camping enzovoort. Iedereen heeft zo zijn favoriete parfums of geurtjes die direct herkenbaar zijn. White Linen en L'Air du Temps zijn van die geurtjes die ik van verre herken.
Niet alle watertjes hebben schijnbaar het eeuwige leven. Een van de eerste eau de toilette kwam uit Keulen. Niet direct een plaats waar je een mondain publiek verwacht, maar heel wat vrouwen hebben met een extra vleugje Keuls water een man aan de haak geslagen. De herinnering daaraan vervliegt snel, merkte ik bij het verlaten van de gesloten afdeling geriatrie van een ziekenhuis. Mijn oom was daar met Alzheimerverschijnselen opgenomen. Bij het weggaan fluisterde de jonge verpleegkundige de toegangscode in mijn oor; 4,7,1,1. “Dat ruikt lekker”, riep ik enthousiast. Ze keek me vreemd aan. Die code zei haar duidelijk niets - voor haar was het gewoon een willekeurige cijfercombinatie. Keuls water was voor haar vervlogen tijd. En voor mij? Even eraan ruiken, en mijn oma komt weer tot leven.
zondag, augustus 01, 2004
ROLAND GARROS
Leuk zo'n toernooi, maar wat als de afstand veel te groot is? Ja, dan had je vroeger gewoon pech. Hopen dat het op de tv wordt uitgezonden en dat je op tijd achter de buis zit. Anno 2004 gaat dat anders. Het is eerste pinksterdag en Nederland krijgt extra regen van boven. In Parijs is het droog en kan een leuk tennistoernooi, Roland Garros, worden afgewerkt. Je dochter houdt van tennis, alleen zit die dochter in Nieuw-Zeeland! Internet biedt uitkomst. Je sluit een webcam aan op je computer en gaat via MSN chatten met je dochter in Nieuw-Zeeland. De eigen beeldbuis is afgestemd op Roland Garros. De webcam richten op de tv, en zie daar; dochter kijkt via een pc in een hostel in Auckland Nieuw Zeeland, via MSN, via onze eigen tv-buis naar een tenniswedstrijd in Parijs. Via de website van Roland Garros houdt ze de standen op de andere velden bij en chat tegelijkertijd met andere vriendinnen.
Allemaal mooie techniek, denk ik de volgende dag terwijl ik langs de kant sta bij het hockeytoernooi. Wat die Kees niet allemaal kan met internet! En toch is het langs de kant leuker. Er gaat toch niets boven de sfeer en emotie langs de lijn. De digitale wereld geeft veel, maar de emotie en het gevoel van de aai over de bol van je dochter… ja, dan blijven computers en tv's toch gewoon koele apparaten.
donderdag, juli 01, 2004
BLUFPOKER
Het blijft verrassend hoeveel overeenkomsten er zijn tussen ogenschijnlijk totaal verschillende projecten. Zo bladerde ik door het boek Van blufpoker tot monumentenprijs, waarin Frans Horsten de restauratie van het begijnhof in het Vlaamse Hoogstraten beschrijft.
Restauratie is vrijwel altijd een uitdagend en soms schijnbaar onmogelijk traject. In de Lage Landen zijn nog maar weinig begijnhoven over. Deze gemeenschappen ontstonden in de 12e en 13e eeuw toen religieus geïnspireerde vrouwen reageerden op de decadente toestanden binnen de kerk. Ze streefden naar een directe relatie staat met god en niet via de omweg van de decadente kerk. In de Nederlanden gingen de begijnen samenwonen in begijnhoven, wat hun voortbestaan verzekerde. Elders verdwenen de begijnenhoven weer, maar in Amsterdam, Breda en in Vlaanderen bleven ze bestaan.
Tijdens perioden van welvaart vallen historische gebouwen vaak ten prooi aan vernieuwingsdrift. Oude stadcentra zoals Brugge en Gent zijn nu geliefd vanwege hun authenticiteit, maar bleven alleen bestaan omdat deze steden na hun gouden periode te arm waren om grootschalige vernieuwingen door te voeren.
Gelukkig groeit het besef dat restauratie belangrijk is voor het behoud van cultureel erfgoed. Het begijnhof in Hoogstraten uit 1340, was tot ruim 10 jaar geleden een bouwval, maar is inmiddels prachtig gerestaureerd en heeft meerdere monumentenprijzen gewonnen, waaronder de Europa Nostra Award. Frans Horsten vat restauratie mooi samen in zijn boek: " In essentie is restauratie niet meer dan zorgen voor continuïteit van het verleden, met respect voor wat is en met oog voor de toekomst”. Monumentenzorg heeft een 'vertragende functie' in onze chaotische maatschappij. Monumenten dwingen ons stil te laten staan bij authenticiteit en de essentie van de dingen.
Ook de verbouwing van het ziekenhuis is een bijdrage aan de continuïteit van het verleden, respect voor wat was en oog op de toekomst. Één collega geniet de hele dag van dit soort restauraties, op het werk in het ziekenhuis en thuis in één van de begijnhofhuisjes van Hoogstraten.
dinsdag, juni 01, 2004
WERELDREIS DOCHTER, KWESTIE VAN GELUK?
Straten vol met vlaggen waaraan schooltassen bungelen: het is een herkenbaar beeld. Na jaren van zwoegen en een laatste eindsprint voor het examen is het voor de meeste scholieren (en hun ouders) zover, ze zijn geslaagd. Na het examen lonkt de vrijheid, al weten veel jongeren nog niet hoe ze die moeten invullen. Onze oudste dochter wist al jaren dat ze samen met een schoolvriendin naar Australië wilde. Op haar dertiende stond dit plan al vast, en toen ze vorig jaar slaagde, vertrok ze - net achttien jaar oud - vanaf Schiphol voor negen maanden naar Australië.
Als ouders neem je afscheid zonder precies te weten wat er allemaal zal gebeuren. Het voelt aanvankelijk alsof je je kind uitzwaait voor een paar weekjes zon en strand.
Maar na enkele weken begint er toch iets knagen: je mist duidelijk iemand in het gezin ook al heb je nog drie flinke druktemakers, over. Beide meiden trokken al backpackend door het immense Australië, voornamelijk langs de oostkust. Elke nieuwe locatie bood optimistische verwachtingen, maar vaak bleek werk moeilijk te vinden, waren werkgevers keihard en de werkomstandigheden beroerd. Toch hielden ze de moed erin: “Op de volgende locatie wordt het vast beter”.
Als ouder lees je de e-mails en probeer je tussen de regels door te lezen. Het thuisfront wordt immers bestookt met verhalen over jonge meisjes die blijven hangen bij knappe gespierde Australiërs, of ongelukken tijdens gevaarlijke uitstapjes. Natuurlijk deden beide meiden vrolijk mee met het programma van jonge backpackers: zoals snowboarden op de ijzige gletsjers van Nieuw-Zeeland (waarvan twee groepsleden in het ziekenhuis belandden), skydiven, voor het eerst paardrijden en relaxen op de FIJI eilanden. Tenslotte nog even twee dagen shoppen in Bangkok - waarbij we via hun e-mail waarschuwden; “Pas op dat ze geen drugs in je bagage stoppen".
En dan…. staat je dochter opeens om 6.30 uur ’s ochtends weer op Schiphol. Alles is goed verlopen, beide meiden zijn heelhuids teruggekeerd. Dezelfde avond gaan nog even op stap om van de vrolijke sfeer te genieten in de stad vanwege Nederland- Tsjechië (toen het nog 2-0 stond). Niet al te laat komt ze thuis, maar om twee uur 's nachts gaat de telefoon. De dochter van een vriend had iets op straat gevonden….het paspoort van onze dochter. Een exotische trip van negen maanden zonder problemen doorstaan en dan gelijk de eerste avond in Nederland je reisdocument verliezen. Is dat puur toeval of gewoon geboren onder een gelukkig gesternte als een bekende je belangrijkste reisdocument vindt?
donderdag, januari 01, 2004
VERHUIZEN
In januari 1992 betrok ik de traditionele directeurskamer van het kliniekgebouw van het ziekenhuis, via de prachtige gebogen ramen had je uitzicht op de tuin. Het kliniekgebouw had echter te weinig ruimte. Toen na een paar jaar een externe huurder de derde etage van het polikliniekgebouw verliet, verhuisde de directie naar de "overkant" van de straat.
Na 10 jaar op dezelfde plek en een omvangrijke renovatie later verhuizen we weer terug naar het kliniekgebouw. De facilitaire dienst zorgt ervoor dat alle verhuisdozen 'over' gaan, maar uitpakken en schoonmaken doen we zelf. Doe maar een spijkerbroek aan, geven ze als tip want van verhuizen word je vuil.
Op de dag van de inhuizing was echter grote kans dat televisieverslaggevers langs zouden komen, vanwege een presentatie van extern rapport. Wat als je straks in een spijkerbroek op het journaal verschijnt? Dat zou gegarandeerd jarenlang ruzie opleveren met mijn moeder. Dus trok ik mijn nieuwe pak aan en begon voorzichtig met uitpakken. Terwijl ik met grote voorzichtigheid een bierfles wilde leeggooien in de wasbak, spoot het bier alle kanten op. Resultaat: mijn hele pantalon zeiknat.
Wat nu te doen? Een stomerij met een één-uursservice was niet te vinden en naar huis gaan om een ander pak te halen zou minstens twee uur kosten! De modewinkel om de hoek bood wellicht uitkomst. Wellicht hadden ze nog wat restanten van hun opheffingsuitverkoop. Helaas vond ik geen pantalon die bij mijn schoenen paste, maar wel een perfect passend driedelig beige 100% wollen pak. Een onverwachte meevaller na zoveel tegenslag.
De parallel met de verbouwing van het ziekenhuis is snel getrokken: ook daar stapelden de tegenslagen zich jarenlang op, maar uiteindelijk staat er een prachtig ziekenhuis. Toch geldt die parallel niet voor het prijskaartje: terwijl mijn driedelig pak slechts € 99,95 kostte, hanteren aannemers helaas andere calculatiemachientjes.
maandag, december 01, 2003
CLOACA
Ruim 100.000 mensen hebben al gekeken naar de tragikomische verfilming van het gelijknamige toneelstuk, geschreven door Maria Goos. Cloaca, wat letterlijk een riool of het uiteinde van het darmkanaal bij dieren betekent, is een oude begroetingskreet tussen vier vrienden. De vroegere studievrienden komen door omstandigheden weer even bij elkaar en proberen wanhopig de oude vriendschap nieuw leven in te blazen. De een zit midden in een huwelijkscrisis, de ander heeft grote problemen op zijn werk, de derde is een cocaïneverslaafde topadvocaat, en de vierde staat op het punt de première van zijn nieuwe theaterstuk te beleven. De oude vriendschap spat uiteen wanneer ze elkaar laten vallen als bakstenen en ieder voor zijn eigen belang kiest.
Je krabt wel even achter de oren wanneer al je vrienden en vriendinnen (eind 40, begin 50) de film herkenbaar en vermakelijk vinden, terwijl je vervolgens een negatieve recensie leest. De recensente, een vrouw van een jaar of 25, kan zich maar moeilijk voorstellen wat een midlifecrisis betekent voor de mannen in de film. “De oude vriendschappen, die even herleven en dan vervagen als een droom, daar kan ik me niet echt mee identificeren. Daar moet je waarschijnlijk iets ouder voor zijn...”
Dan dringt het echt tot je door dat je ouder wordt en misschien niet meer helemaal begrepen wordt door het jonge, dynamische deel van de samenleving. Toch is het een mooie leeftijd om te zien hoe je leeftijdsgenoten allemaal worstelen met die omslag in hun leven.
Ook in de televisie-interviews van Paul Rosenmöller zie je die verschuiving in interesses bij zijn gesprekspartners. Plotseling is er meer aandacht voor immateriële zaken en minder voor het materiële. En zolang je vrouw en haar vriendinnen de hoofdrolspelers nog steeds aantrekkelijke mannen vinden, valt dat ouder worden eigenlijk nog best mee.
zaterdag, november 01, 2003
E-MAIL VRIJE DAG
De vrijdag gebruik ik meestal om de berichten weg te werken, vooral de digitale post. Het gebruik van e-mail heeft onmiskenbare voordelen. Je wordt minder vaak gestoord door de telefoon voor minder urgente vragen, en je kunt antwoorden wanneer het jou uitkomt. Je moet ze wel allemaal lezen, wat een belasting is voor mijn schaarse energie. Nog erger zijn de e-mails met één of zelfs meerdere bijlagen, vaak van tientallen pagina’s. Afgelopen vrijdag kwamen er tijdens zo’n opruimdag weer meer dan 50 e-mails binnen. Dweilen met de kraan open.
Het St. Joseph’s Hospital uit New Jersey, heeft daar iets op gevonden: de e-mailvrije dag. Op 20 juni was e-mailgebruik niet toegestaan. Communicatie was alleen mogelijk via de ouderwetse telefoon of, nog beter, face-to-face contact. Niet alleen werd duidelijk hoe afhankelijk we zijn geworden van e-mail, maar ook dat het werk in de zorg primair draait om zorg aan het bed, en niet om het beantwoorden van zoveel mogelijk e-mails.
Een mooi initiatief, want de techniek die ons helpt, kan ook onze ondergang worden. De computer kan ons afleiden van waar we ons werkelijk op moeten concentreren. Een e-mailvrije dag is effectieve manier om even los te komen van het dagelijkse informatiebombardement. Steeds meer mensen krijgen fysieke klachten van de hoeveelheid informatie die ze moeten verwerken, in combinatie met de vaak door de verzender verwachte reactietermijnen. Een mooi nieuw doktersrecept: eenmaal per week een e-mailvrije dag.
woensdag, oktober 01, 2003
VLAANDEREN-NEDERLAND
Al decennialang werken veel Vlamingen in ons ziekenhuis. Mede dankzij het Phaco-fellowship dat door één van de artsen werd geïntroduceerd is hun aantal nog sterker toegenomen. Andere medewerkers zijn gestart met de klinische paden, waarvoor ze vaak een opleiding in Leuven volgen. Tenslotte verhuizen er steeds meer ziekenhuiscollega's naar een mooi (en goedkoper) stulpje net over de grens. Zelfs in begijnhofjes in het Vlaamse land kom je collega’s als bewoner tegen.
Wat is het geheim van de aantrekkingskracht van het Vlaamse land?
Wekelijks kom ik diverse malen op de fiets langs de grenspaal. In de natuur kan het niet zitten, want aan de Nederlandse kant ziet de natuur er exact hetzelfde uit, als aan de Vlaamse kant. Een kronkelende rivier, koeien, grasland, reigers en vissers. De grenspaal lijkt meer op een verdwaalde raketpunt dan op een aanduiding dat vanaf hier een totaal andere bevolking met hun eigen normen en waarden zou wonen. Zelfs het asfalt vertoont geen enkele scheiding.
Tot voelt iedereen haarfijn aan dat de Antwerpse winkelstraat (de Meir) ondanks al die Ollandse ketens, een andere sfeer uitstraalt dan de Rotterdamse variant (de Koopgoot). De sfeer is duidelijk Bourgondischer, meer aandacht voor de schoonheid van de uitstraling en een rustiger tempo. Lunchen is geen noodzakelijke verstoring van de middagpauze, maar een moment van genot. Een polibezoek is een raadpleging en een artsenkamer is een kabinet. Terwijl de Nederlandse cultuur minder hiërarchisch, opener en directer is.
Wat zou het mooi zijn als we in ons ziekenhuis een synergie van het beste uit beide culturen konden realiseren. "Het" ziekenhuis van de lage landen aan de zee. Eerst maar eens beginnen met een aangeklede lekkere lunch! De Nederlander gaat immers steeds meer uitgebreid lunchen, een leuk geprijsd alternatief voor het wel erg duur geworden diner bij de "euro" horeca.
maandag, september 01, 2003
HERFSTSCHOONHEID
Schoonheid wordt vaak verbonden aan jong zijn. Ouderdom en sterfte lijken worden minder vaak als mooi beschouwd. Toch laat de natuur zien dat dit niet klopt. Dit jaar kunnen we volop genieten van prachtig weer, vaak een strakblauwe lucht, veel zon, weinig wind en regen. Alle mogelijkheden om er op uit te trekken. Dan sta je op een vroege zaterdagmorgen toch versteld wat de natuur kan maken. Zelfs in een sterf stadium laat een forse beuk zien zich alweer klaar te maken voor het nieuwe leven, terwijl de goudbruine blaadjes langzaam door de lucht zwevend hun weg zoeken naar de grond om zich daar om te vormen tot vruchtbare bodem.
Zo toont de natuur dat ouderdom en sterfte zeer zeker ook tekenen van schoonheid bevatten. Je droomt dan vanzelf weg als je onder de beuk de toekomst in kijkt.