donderdag, mei 01, 2003

PALMPJE


Palmen heb je in alle soorten en maten. Het strand, de zee en het mooie weer vormen een ideale stek om vanuit een 'zwoel' café deze exotische plantensoort te bewonderen. Tegenwoordig is Palm in bijna alle cafés in Nederland te drinken. Een mooie reclame van een dansend paard met witte manen, dat symbool staat voor het Vlaamse Pallieterland, doet denken aan het kolkende schuim in een bol Palm-glas.

     Keescafé kan ook niet meer zonder Palm. Dat is de naam van het computertje waar ik dit café op intik. Mijn vorige apparaatje liet me steeds vaker in de steek, geen beeld, dus totaal onthand. Op deze Palm is alles mogelijk. 's Ochtends kan ik zelfs wat internetpagina's actualiseren. De krant kun je dan in de trein lezen op het schermpje. Zelfs de gehele medische handboeken, zoals de Wills Eye Manual kun je erop zetten.
     In 1994 had ik het gevoel dat internet veel potentie had de wereld te veranderen. Datzelfde gevoel heb ik nu mijn Palmpje. Let maar op, over twee jaar loopt iedereen ermee rond en verdwijnen laptops uit het straatbeeld. Ze zijn alleen nog niet goedkoop, maar dat zijn pilsjes ook niet meer. Alhoewel…Ik zit nog weleens op een terrasjes vlak over de grens; een Primus voor €1, en een Palmpje voor €1.20! Dan kan er altijd nog wel een extra Kriekje vanaf.

dinsdag, april 01, 2003

PINDAKAAS RECLAME

Het reclamespotje van Calvé Pindakaas, waarin een klein jochie een bal op het balkon bij Dick Advocaat schiet, heeft de 'Gouden Loeki ' gewonnen als beste reclamespotje van 2002.  De wereld van de reclame ziet er supersnel uit, maar schijnt bedriegt. Om snel te zijn moet je wel veel tijd uittrekken. Het spotje van slechts 1 minuut had een ongelooflijk lange voorbereidingstijd van zeven maanden. Creativiteit kost dus veel tijd.

    Daarnaast laat het verhaal achter de commercial zien hoe persoonlijke netwerken zijn effectiever zijn dan onpersoonlijke e-mails. Advocaat bleef maar niet reageren op de e-mails van het reclame- bureau. De oplossing kwam via Lida, de kantinejuffrouw van het reclamebureau, én de schoonmoeder van Jan Wouters. Jan is samen met Advocaat coach bij Glasgow Rangers geweest. Wouters en Advocaat wonen vlak naast elkaar. Lida zorgde ervoor dat een mooie doos met pindakaas bij Advocaat persoonlijk thuis werd overhandigd. De volgende dag hing Advocaat aan de lijn!

     Zo liep mijn eerste kennismaking met internet en Cd-rom via onze toenmalige directiesecretaresse. Haar man had contacten met Origin, de moedermaatschappij van o.a. Thijs Chanowski. Thijs bleek, naast maker van de Fabeltjeskrant, inmiddels hoogleraar multimediatechnieken te zijn. Van het een kwam het ander. Email is wel makkelijk, maar echte contacten komen toch sneller en gepassioneerder tot stand via het oude vertrouwde netwerk. Soms is de kennissenkring van een kantinejuffrouw belangrijker dan die van de directeur.


zaterdag, maart 01, 2003

NUTTELOOS


De Fransman is verzot op nieuwe techniekjes, veel meer dan de gemiddelde Nederlander verzot. Zo’n 15 jaar geleden kon je bij de boulangerie naast de kassa en omringd door de geuren van de verse baguettes, een klein apparaatje met een beeldscherm zien staan, de Minitel een vroeg voorloper van internet. In Parijs zijn alle bushalten uitgerust met actuele aankomsttijden, en in de bus zie je precies hoe laat de bus bij elke halte zal aankomen.

     Toch lijkt de computer een dimensie te missen, ook in computer minnend Frankrijk. Onlangs viel me in het Centre Pompidou op dat, ondanks het gebruyik van allerlei technische snufjes, de meeste mensen vooral stilstaan bij de 'ouderwetse' twee of driedimensionale reguliere kunstwerken. Digitale technieken lijken een bepaalde dimensie te missen. Het is net het verschil tussen je verplaatsen door de 'lichtstad' met de metro of de autobus, de onder- of de bovenwereld. De metro is efficiënt en je gaat door de Parijse grond, maar met de bus zit je middenin Parijs en voel je je even een echte Parijzenaar.

    Of zoals Pablo Picasso ooit zei: “Computers zijn nutteloos, ze geven alleen antwoorden en stellen geen vragen.” Hoewel zoekmachines tegenwoordig talloze antwoorden bieden op één vraag blijft de kernvraag: welk antwoord is eigenlijk het juiste?

zaterdag, februari 01, 2003

DE BOEKHANDELAAR EN DE ZOEKMACHINE


Regelmatig loop ik bij de boekwinkel in onze buurt naar binnen, maak een praatje met Hein of met zijn collega René. Hein is niet zomaar een boekhandelaar. Hij werd door een vakjury al eens uitgeroepen tot de beste boekhandel van Nederland. Het is echt een ‘handel’. Hij geeft iets en ik neem iets mee.

     Het onpersoonlijke advies van een zoekmachine zoals Google staat in schril contrast met het persoonlijke advies van een betrokken boekhandelaar. Hein heeft talloze tips voor boeken die bij mij passen. Als het extra bijzonder is, wil hij het als verrassing houden. Zo belde hij laatst mijn vrouw op met: “Ik heb nu een prachtig boek voor Kees, een leuk cadeau”. Toen ik het zelf ging ophalen, ontkende hij eerst in alle toonaarden dat hij een boek voor mij had. Hij had het liever in het geheim aan mijn vrouw overhandigd.

     Het oog van Maria Concepcion is de debuutroman van Luc Vandromme. Het verhaal gaat over een Spaanse vrouw die in Vlaanderen woont. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd ze getroffen door een bom, maar bleef ongedeerd. Daarna kreeg ze de gave om met haar linkeroog historische ontwikkelingen te zien en met haar rechteroog toekomstige gebeurtenissen. Het is een prachtig uitgangspunt voor een mooi geschreven surrealistisch boek. Google is een handig zoekinstrument, maar er gaat niets boven een persoonlijke adviseur.

woensdag, januari 01, 2003

HET OOGMINIATUUR EN DE OOGBAL


Sla de krant open en je wordt overspoeld door advertenties met plaatjes van ogen. De reclamewereld weet maar al te goed hoe krachtig een oog werkt als blikvanger, de Eyecatcher. Een oog in de advertentietekst en je producten vliegen als het ware over de toonbank. Het ene oog (van de advertentie) trekt het andere oog (van de lezer) aan.

     Nog fascinerender is het kijken in de ogen van een geliefde. Maar dat kan niet altijd, zeker niet als je ver van huis bent. In de 18e eeuw heeft men daar iets op gevonden: ze lieten het oog van hun geliefde vastleggen in sieraden zoals broches, ringendasspelden en medaillons. De oogminiaturen werden ragfijn geschilderd en gevangen in een ovale of rechthoekige setting van goud, zilver of ivoor, afgewerkt met pareltjes of glitterroosjes. Zo droeg je altijd een stukje van je geliefde bij je.

     Met de opkomst van de fotografie is het oog wat uit de miniatuur verdwenen. Foto’s van complete gezichten vervingen de oogminiatuur, al dan niet geplakt op het dashboard van de auto. Onze sleutelhanger in de vorm van een oogbal aan een ketting, heeft nog steeds de aantrekkingskracht van het oog. Maar het oog van je geliefde, op een kunstzinnige wijze gevangen in edelmetaal, dat is liefde...
     Een edelsmid en kunstenaar is in deze computertijd niet meer nodig om die liefdevolle kunstuiting te ervaren.' Knip' het oog van uw geliefde uit een foto, 'plak' die in het medaillon en 'sleep' het geheel naar een mooi vast plekje op uw scherm. Uw eigen digitale oogminiatuurtje!

dinsdag, oktober 01, 2002

HERKENBAAR WERK

In vroeger tijden was het werk van je buurman duidelijk zichtbaar: hij was boer en je kon zijn mooie weiland met koeien zien liggen. Later bouwde hij misschien een grote fabriek op zijn erf waar arbeiders dagelijks langs fietsten om aan het werk te gaan. Het opslagterrein stond vol met stenen, zijn eindproducten. Toen de fabriek werd gesloopt en vervangen door een mooi glanzend kantoor werd het al minder duidelijk wat daar gebeurde. De medewerkers parkeerden hun leaseauto’s op het ruime parkeerterrein. Gelukkig stond er een mooi bord, waarop de diensten van het organisatieadviesbureau werden aangeprezen.

     Het kantoorgebouw staat inmiddels leeg en de buurman woont nog steeds naast me. Wat die doet is compleet onduidelijk. Hij werkt tegenwoordig vanuit zijn eigen woonhuis, met behulp van internet. Wat hij doet? Geen idee, net als mijn echte buurmannen en -vrouwen. De buurvrouw (die oorspronkelijk uit Schotland komt) verhandelt zalm uit Shetlands over heel West-Europa; intakeverslagen voor verpleeg- en verzorgingshuizen worden door een ander via internet verstuurd naar het RIO; en medewerkers van Calvin Klein worden door weer een ander via internet bijgepraat over bedrijfsontwikkelingen.
     Hoewel dit allemaal interessante activiteiten zijn, gaat de herkenbaarheid van het werk verloren- en daarmee ook sociale contacten. Hangend over dat hek van de wei kon je tenminste nog een praatje aanknopen met de koeien melkende buurman, nu blijft er weinig over behalve schermen en stilte.

maandag, juli 01, 2002

WAT IS TIJD?


Tijd is volgens twee wetenschappers in de Laurenskerk, moleculair geneticus Jan Hoeijmakers en filosoof Awee Prins, hét kernprobleem van onze moderne samenleving. Hoewel we meer vrije tijd hebben, raken we meer en meer verveeld en zoeken we manieren om die tijd te doden – wat vaak alleen maar meer verveling oplevert. Tijd kan geanalyseerd worden in de combinatie van lichaam en geest. Volgens Hoeijmakers wordt ons bioritme gestuurd door klokgenen die ons dag- en nachtritme bepalen. Prins stelt dat we ons steeds meer omringen met nutteloze dingen die een behoefte scheppen die ze zelf claimen te vervullen. Is internet zo’n voorbeeld?

     Juist in deze decembermaand kijken we wat beschouwend naar ons handelen. Met internet lijkt het alsof we controle hebben over tijd, maar eigenlijk heeft de tijd controle over ons: wij zijn tijdelijk, terwijl de tijd blijft bestaan. Bij internet vliegt alles over het scherm. Volgens Prins moeten we met meer respect en een meer 'verwijlen' bij de dingen stil staan, zoals je naar een schilderij kijkt. Verveling, volgens Kierkegaard de wortel van alle kwaad, wordt in onze luxe economie steeds prominenter. Internet kan helpen om verveling te voorkomen, maar echte reflectie vraagt om meer dan surfen.

     In deze eindejaarstijd is het goed stil te staan bij wat echt belangrijk is in het leven. Ik wens u de komende weken meer meditatieve momenten dan surftijd toe.

maandag, april 01, 2002

KAMPINA


Vroeger waren de boeren gezamenlijk eigenaar van hun bank (de huidige Rabobank) en bijvoorbeeld ook van hun melkfabriek. Die melkfabrieken kregen vaak een mooie naam, geïnspireerd door een heilige of de streek. Zo vernoemden de boeren uit het gebied tussen Den Bosch, Tilburg en Eindhoven hun melkfabriek naar hun streeknaam: Kampina. Melkfabrieken fuseerden en fuseerden, maar hun mooie naam hield stand. Tegenwoordig kennen we het als het zuivelmerk Campina (met een internationale 'c').
     De streek is minstens zo bijzonder als de naam. Het is een klein nationaal park, met oneindige vergezichten over de heide, waterplassen en stilte, veel serene stilte. Auto’s worden aan de rand geparkeerd en fietsers mogen niet buiten de fietspaden rijden; het terrein is exclusief toegankelijk voor wandelaars. Kleinkinderen genieten van een ritje bij opa voor op de bok, terwijl we zelf door de smalle paadjes lopen en rust ervaren. Hier lijkt de tijd stil te staan, in contrast met de hectiek van chatten in een msn-omgeving.

     Hoewel internet een krachtig middel is voor informatie-uitwisseling, blijft de natuur onovertroffen als plek voor echte ontspanning en reflectie.

dinsdag, januari 01, 2002

AMERIKA


Iedere keer blijft het land je verbazen. Een regio die vooral bezig lijkt met macht en onmacht. In de moeilijkheid om met onmacht om te gaan lijkt de verklaring te liggen voor de angst van de Amerikanen voor de sniper in de regio Washington. Het hele openbare leven in de regio was ontwricht. Sportwedstrijden afgelast, ouders hielden hun kinderen binnen etc. Het laatste slachtoffer had geluk want de kogel werd afgevuurd in de nabijheid van een ziekenhuis met erg veel ervaring met de behandeling van schotwonden. Geen Amerikaan leek zich druk te maken hoe het kwam dat dit ziekenhuis zoveel ervaring had. Alleen niet-Amerikanen wezen op het overmatige wapenbezit in de V.S..

Dat stoeien met macht en onmacht kwam op een geheel andere wijze tot uiting in een gesprekje met een oculo-plastisch chirurg uit California. Van een vlammend betoog over de onrechtmatigheid van de tariefdalingen en de superspecialisatie in de oogheelkunde (' geen een weldenkend mens gaat toch nog naar een algemene oogarts') naar de echte problematiek ' het verval van het basisonderwijs'. De belangrijkste figuur voor de persoonlijke ontwikkeling was je basisschool-leraar, meestal een vrouw. Maar ja, we hebben die functie slecht gehonoreerd en nu willen vrouwen liever arts worden! Terwijl we die knappe koppen juist in het onderwijs nodig hebben. Een operateur hoeft niet zo slim te zijn, met een beetje handvaardigheid op MBO-niveau kom je al een heel eind. Hij wilde zo graag voor zijn eigen kleinkinderen zo'n goede schooljuffrouw, maar die zaten nu allemaal op de medische faculteit, wat en onmacht!

maandag, oktober 01, 2001

HET SPEL IS OVER


Het politieke landschap is flink omgeploegd, vooral voorafgaand aan de verkiezingen in mei. Ook in de ziekenhuiswereld leek er na de verkiezingen een nieuwe wind te gaan waaien. Het starre, autoritaire Noord-Korea denken en handelen leek plaats te maken voor meer ondernemerschap. Minister Bomhoff durfde in ieder geval wel te zagen aan de stoelen van het gezondheidszorg establishment, maar zijn solistische aanpak – waarbij hij zijn eigen teamleden bekritiseerde – maakte hem ongeschikt als minister.
     Als directie hebben we de kans om een uurtje of drie te dineren met de kortst zittende vicepremier. De setting was typisch Hollands: een grote rivier, een pontje, een historisch hotel-restaurant 'Belvedère', en oudere stelletjes aan tafeltjes met een mooi persje erop, Schoonhoven. Het voelde zowel vertrouwd als onwerkelijk. Wat konden we verwachten? Een snelle hap of een uitgebreid diner? Het werd het laatste. Tijdens het samenzijn werd de minister meerdere keren gebeld op zijn mobiel; de minister-president wilde nog even overleggen over de toespraak bij het overlijden van prins Claus.

     De centrale vraag was hoe we beweging konden krijgen in de sector. Men was onder de indruk van de vele innovaties in ons ziekenhuis, maar hoe kon de minister dat ook elders van de grond krijgen? De minister bleek een liefhebber van toetjes en genoot ervan anderen van desserts te zien genieten. Wij kozen voor koffie. Na afloop spraken we met de twee andere ziekenhuisdirecteuren, terwijl de lichtjes van de pont fonkelden op de rivier. Zouden we hier gezeten hebben als Claus niet was gestorven? We betwijfelden of de minister nog lang zal blijven zitten. Terugrijdend door het Hollands landschap voelde het alsof we deel uitmaakten van een toneelstuk genaamd De landspolitiek. Alleen paste de hoofdrolspeler niet helemaal in het stuk. Politiek bedrijven is een vak en goedbedoelende amateurs gaan dan onderuit.
     Helaas ligt alles voor een lange tijd stil, eerst komen verkiezingen in januari, gevolgd door een lange formatieperiode en het inwerken van een nieuwe minister.