donderdag, november 13, 2025

IS DEMOCRATIE EEN SPEL?


Wie het politieke toneel volgt, zou het bijna denken: democratie als een spel. Met spelers die afhaken, spelregels die niemand meer leest en scheidsrechters die het zelf soms ook niet meer precies weten. Jaarlijks wordt, afwisselend in Gent en Breda, de erfenis van de Pacificatie van Gent levend gehouden. Toen, bijna 450 jaar geleden, leerden de Lage Landen wat samenwerken betekende – niet uit liefde, maar uit noodzaak. In dezelfde zaal waar dat ooit begon, sprak historicus Philipp Blom over de noodzaak van een nieuwe pacificatie, dit keer voor Europa. Hij schetste de democratie als een spel. Een prachtig beeld, mits de spelers zin hebben om mee te doen. Want een spel zonder deelnemers verliest zijn betekenis. Mensen spelen pas mee als ze hun eigen belang herkennen in het doel van het spel – als het iets voor hen oplevert. Volgens Blom haken grote groepen in de westerse wereld af omdat ze dat gevoel kwijt zijn. De democratie lijkt niet langer hún doelen na te streven. De waarden van onze tijd, zei hij, worden nog steeds bepaald door de generatie van ’68 – de intellectuelen die destijds de straat op gingen en daarna, eenmaal aan de macht, hun normen en waarden oplegden aan andere groepen. Niet iedereen herkende zich daarin. Als democratie inderdaad een spel is, zouden we misschien eens bij de game-industrie te rade moeten gaan. Daar weten ze hoe je mensen betrokken houdt: met beloningssystemen, levels en verrassende wendingen. 
    
Wat in 1576 gold voor de Nederlanden, geldt nu voor Europa. In een wereld van grootmachten zijn afzonderlijke landen te klein om gewicht in de schaal te leggen. Samenwerking ligt voor de hand, al is het spelbord complexer geworden. Die Europese verbondenheid geldt ook voor instellingen rond kerkelijk en cultureel erfgoed – de reden dat ik onlangs een bezoek bracht aan het Brusselse kantoor van de Europese erfgoedvereniging. Op loopafstand van het levendige, bonte station Brussel-Centraal stap je een andere wereld binnen: de Europese wijk. Daar mengen de talen zich vloeiend, maar de sociale diversiteit minder. In de koffiebars zitten jonge expats – een mengeling van millennials en Gen Z’ers – die met zelfvertrouwen de toekomst bespreken. De democratie in pak, zogezegd. Laten we hopen dat andere generaties niet afhaken bij dit Europese spel.

   Tijdens de verkiezingen zat ik achter de tafel van een stembureau. Drukker dan ooit: elke minuut twee kiezers. Aan het eind van de avond lagen er 1700 biljetten te wachten om geteld te worden. Ik stond bij de stapel met de oneven kieslijsten – nummers 5 en 7: D66 en CDA. De D66-stapel groeide keurig één voor één, maar de stemmen-groei bij de CDA-stapel kwam telkens in groepjes van drie. Nooit twee, nooit vier. Individualisme en collectiviteit kregen zo een bijna tastbare vorm, in stapeltjes papier. Juist deze twee middenpartijen zijn nu aan zet, na het advies van verkenner Wouter Koolmees. In zijn rapport klinkt het kathedraal-denken door: bouwen aan iets dat groter is dan jezelf, dat tijd nodig heeft, maar ook vertrouwen. Tijdens zijn toelichting viel ineens dat oude woord: pacificatie.

Een mooi moment. Alsof een begrip uit de 16e eeuw zich even liet zien in het politieke nu. Misschien is dat de ware pacificatie: niet dat iedereen hetzelfde denkt, maar dat we blijven meespelen om het algemeen belang te dienen – ook als de spelregels soms wringen.